Ons onderwijs

De Kennemer Praktijkschool en Lwoo verzorgt onderwijs aan leerlingen die speciale zorg en begeleiding nodig hebben en daardoor aangewezen zijn op vmbo met leerwegondersteuning (lwoo) of praktijkonderwijs (pro).
Het praktijkonderwijs is geen onderdeel van het vmbo, maar een zelfstandige vorm van voortgezet onderwijs, net zoals het vwo, havo en vmbo.

Lwoo

Het leerwegondersteunend onderwijs is een onderdeel van het vmbo. Op de Kennemer Praktijkschool en Lwoo begeleiden wij die vmbo- leerlingen die meer begeleiding nodig hebben dan binnen het beroepsgericht geboden kan worden. De leerling werkt de eerste twee leerjaren aan de basisvorming, maar met extra ondersteuning. Als het mogelijk is, schakelt de leerling tijdens of na het eerste of tweede leerjaar. Een eventuele schakeling wordt voorbereid en begeleid door de ambulant begeleidster van de school Mevr. Waalboer.
In het eerste en tweede leerjaar van het Ontdekkend Leren zijn een dossier over zijn prestaties (portfolio) en het handelingsplan van belang als instrument bij het schakelen. De leerkrachten hanteren hierbij een checklist met criteria, die duidelijk maakt of een leerling kan schakelen. Tevens maakt de leerling verplicht een aantal toetsen op vmbo-niveau voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde. Als het voor een leerling niet mogelijk is om te schakelen zijn er andere mogelijkheden om het onderwijs op de Kennemer Praktijkschool en Lwoo af te sluiten. De leerling kiest dan aan het eind van het tweede leerjaar een van de vier richtingen: Techniek, Winkelpraktijk, Verzorging of Groen. Vervolgens zoekt ‘de school’ met u als ouder/verzorger en uw kind samen naar een meer praktische opleiding of bedrijfsopleiding. Op school en op een stageplek werkt de leerling aan voorbereidende opdrachten voor deze vervolgopleiding.

Pro

In deze vorm van voortgezet onderwijs volgen de pro-leerlingen de basisvorming in aangepaste vorm, zodat ze zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Voor een deel van de leerlingen is het praktijkonderwijs eindonderwijs. Hoewel de leerling in dit type onderwijs geen diploma haalt, proberen de docenten door een intensieve begeleiding de leerling vaardig te maken voor de toekomst, zodat uw kind toch een plaats op de arbeidsmarkt kan verwerven.
Overigens kunnen leerlingen ook doorstromen naar een opleiding op het Regionaal Opleidings Centrum (ROC) of een bedrijfsopleiding gaan volgen. De laatste jaren blijkt dat door onze manier van werken een groot aantal leerlingen niveau 1 van het ROC aankunnen en daar het diploma halen.

Ontdekkend Leren voor de Onderbouw

In de Onderbouw werken alle leerlingen in het Ontdekkend Leren. In deze vorm van leren sluiten we meer aan bij de interesse, leerstijl en behoeftes van elke individuele leerling. De leerling is actief in zijn eigen leerproces, doordat hij zelfstandig keuzes maakt uit realistische en betekenisvolle opdrachten.
Binnen het Ontdekkend Leren gaan we er namelijk van uit dat je het meeste leert in praktische situaties door praktische opdrachten. Deze opdrachten, ook wel prestaties genoemd, worden geschreven door een opdrachtgever, bij voorkeur van buiten de school. De leerling bepaalt in overleg met zijn leermeester (een andere benaming voor mentor) waaraan hij de komende tijd gaat werken.

De leerling kan uit een aantal prestaties kiezen. De leerling vraagt zich af:

  • Wat wil ik leren?
  • Met wie wil ik leren?
  • Wie en wat kan mij daarbij helpen?

Voor het uitvoeren van een prestatie heeft de leerling hulp nodig van mensen en middelen. Wat de mensen betreft denken we aan:

  • Klasgenoten - een prestatie wordt meestal uitgevoerd door 2 à 3 leerlingen. Uitgangspunt hierbij is dat je van anderen kunt leren.
  • Opdrachtgevers - zij schrijven de prestaties uit.
  • Leermeester - de leermeester begeleidt en beoordeelt het leerproces. Hierbij gaat het met name om de persoonlijke ontwikkeling.
  • Werkmeesters - docenten die de leerlingen op het gebied van kennis en vaardigheden begeleiden. Daarnaast staan ze de leerling bij in hun leerproces.

Bij middelen denken we aan:

Leerlijn

Onderdeel van portfolio waarin de leerling zijn voortgang toont op het gebied van kennis en vaardigheden.
Ontwikkelingslijn onderdeel van het portfolio waarin leerling zijn voortgang toont op het gebied van persoonlijke kwaliteiten.
Workshops dit zijn lessen die de leerling kiest op basis van een leervraag, afspraken in het handelingsplan of ter inspiratie (creatief / sportief).

Studieblok

In het handelingsplan staan de afspraken waar de leerling aan werkt tijdens het studieblok. Hij kan kiezen uit Nederlands, Engels, rekenen, wiskunde, mens en natuur, ict- vaardigheden en mens en maatschappij.

Portfolio

Een portfolio is een map met bewijzen waarin de leerling een overzicht geeft van zijn leerproces en de uiteindelijk behaalde resultaten.
Een van de belangrijkste middelen voor de leerlingen om hun eigen leren en ontwikkeling goed te kunnen volgen, is het portfolio. Dit is een ‘map’ waarin de leerling bewijzen voor zijn eigen leren verzamelt.
De leerling verzamelt bewijzen van alle praktische werkzaamheden die hij verricht, van afgesloten theorieonderdelen en van de gevolgde workshops;
De leerling legt in samenwerking met zijn leermeester de ontwikkeling van zichzelf vast op ontwikkelingslijnen, op basis van de verzamelde bewijzen;
Ook de opgedane kennis en vaardigheden worden op basis van de verzamelde bewijzen geregistreerd, maar dan op leerlijnen.

Het is dus een verzameling van belangrijke zaken die de leerling als bewijsmateriaal kan voorleggen aan zijn toekomstige werkgever of school. Met een portfolio wordt en is de leerling goed op de toekomst voorbereid.

In het tweede leerjaar maken de psemostages onderdeel uit van het programma. Deze afkorting staat voor Praktische Sector en Maatschappelijke Oriëntatie.
Tijdens deze stages oriënteert de leerling zich op werken en op de maatschappij. De leerling houdt zijn ontwikkeling bij op de ontwikkelingslijnen: sociale vaardigheden en stagevaardigheden.
Via de vrijwilligersorganisatie ‘Gewoon doen‘ staan we in contact met diverse bedrijven die onze leerlingen willen begeleiden. De leerlingen lopen stage in de richting die ze gekozen hebben. Kiest een leerling voor de richting groen dan zal hij tijdens de stage bijvoorbeeld gras moeten gaan maaien of een boom verplaatsen. Dit gras maaien zal geoefend worden bij de afdeling groen zodat de leerling goed voorbereid op stage gaat.
Op deze manier komen de leerlingen op een goede manier in contact met de maatschappij zodat de overgang van school naar het bedrijfsleven gelijkmatiger verloopt. Ook willen we dat leerlingen praktische ervaringen opdoen op het gebied van de sociale- en stagevaardigheden:

Weten hoe je je in een bepaalde situatie behoort te gedragen;

  • Leren hoe je contact maakt;
  • Leren hoe je initiatief neemt;
  • Leren afspraken na te komen;
  • Leren hoe je zelfstandig moet werken.

Tevens willen we de leerlingen laten ervaren wat vrijwilligerswerk is en wat dit voor onze samenleving betekent. Op deze manier willen we de maatschappelijke betrokkenheid stimuleren.

Het hele schooljaar ordent en verzamelt de leerling gericht bewijzen om zijn keuze voor een bepaalde sector te onderbouwen. Hij doet een meesterproef om te laten zien dat hij voldoende aanleg, motivatie en kennis heeft voor de sector van zijn keuze. In het tweede jaar wordt ook een beroepskeuzetest afgenomen.
Tijdens de eindbespreking van de tweedejaarsleerlingen worden alle bovenstaande ervaringen, beoordelingen en verslagen meegenomen om in samenspraak met de leerling en ouders een goed advies te kunnen geven over de verdere schoolloopbaan. Dit betekent concreet dat aan het eind van het tweede leerjaar de leerling een keus maakt uit een van de vier sectoren:

  • Techniek
  • Groen
  • Verzorging
  • Winkelpraktijk

Werkend Leren voor de Bovenbouw

De manier van leren van het Ontdekkend Leren in de Onderbouw wordt in de Bovenbouw vervolgd en uitgebreid met stage. We spreken nu van Werkend Leren. De leerling werkt aan de competenties Wonen, Werken, Vrije Tijd en Burgerschap. Hij verzamelt bewijzen van zijn leren en werkt aan een portfolio dat hij bij zijn toekomstige werkgever of op vervolgopleiding kan laten zien.

Stage

Leerlingen in de bovenbouw lopen twee of drie dagen stage in een bedrijf in de door hen gekozen sector. Daar hebben zij de mogelijkheden te werken aan hun praktische vaardigheden en beroepsvaardigheden. De leerling wordt drie keer per jaar beoordeeld door de stagedocent van school en de stagebegeleider op de werkplek.
Stagelopen is voor het pro het belangrijkste middel om te leren in de praktijk én een plaats op de arbeidsmarkt te bereiken. Ook bij de toelating op een niveau 1 opleiding op een ROC is de stage heel belangrijk.
Stagedocenten van school en stagebegeleiders op de werkplek coachen de leerlingen in hun stage. De stageperiode bestaat uit drie duidelijk te onderscheiden fases: een oriënterende psemostage in de onderbouw en een beroepsoriënterende en beroepsvoorbereidende periode in de bovenbouw.

 

Soort stage

Voor wie

Werkzaamheden

Begeleiding

Bewijs

Strippenkaart

Leerlingen van het 1e leerjaar

Uitvoeren van eenvoudige klusjes thuis, bij familie of instelling

Nabespreken op school: wat heb je ervan geleerd?

Leerling neemt getekend bewijs mee naar school

Maatschappelijke stage

Leerlingen van het 2e leerjaar

Uitvoeren van eenvoudige klusjes bij instelling of bedrijf/ een voorbereidingsperiode en twee stageperiodes van één dagdeel gedurende 6 weken

Stagebegeleider van school neemt contact op, contract wordt getekend, stagebegeleider van school bezoekt leerling op stage en bespreekt voortgang met begeleider op de stageplek

Tussenbeoordelingen en eindbeoordeling die meetellen voor de meesterproef (overgang naar derde leerjaar).

Leerling legt zelf vast in stageverslag. Beoordeling door leermeester (tevens stagebezoeker)

Beroeps oriënterende stage

Leerlingen van het 3e en 4e leerjaar

Uitvoeren van assisterende werkzaamheden met als doel ontwikkelen van arbeidsvaardigheden en arbeidsrichting; leerling werkt één tot drie dagen in een bedrijf

Stagebegeleider van school neemt contact op, contract wordt getekend, stagebegeleider komt 1 keer per drie weken langs om de voortgang te bespreken met de begeleider op de werkplek

Twee keer per jaar een gezamenlijk ingevulde beoordeling van de ontwikkeling van de arbeidsvaardigheden

Leerling legt zelf vast in stageverslag. Beoordeling: stagebegeleider van school.

Beroepsvoorbereidende stage

Leerlingen van het 3e, 4e en 5e jaar

Uitvoeren van assisterende werkzaamheden met als doel voorbereiding van de overgang van school naar werk; leerling loopt meerdere dagen per week stage in een bedrijfstak

Stagebegeleider van school neemt contact op, contract wordt getekend, stagebegeleider komt 1 keer per drie weken langs om de voortgang te bespreken met de begeleider op de werkplek

Twee keer per jaar een gezamenlijk ingevulde beoordeling van de ontwikkeling van de beroepsvaardigheden.

Leerling legt zelf vast in stageverslag.

Beoordeling: stagebegeleider van school.

 

De beroepsoriënterende fase

In het derde en vierde leerjaar werkt de leerling twee of drie dagen in een bedrijf. Hij komt in aanraking met allerlei aspecten van dat bedrijf. Het verder bijhouden en verwerken van de opgedane kennis in zijn portfolio helpt de leerling een goede keuze voor een bepaalde richting te maken.

De beroepsvoorbereidende fase/plaatsingsstage

Nadat de leerling een keuze heeft gemaakt, gaat hij meerdere dagen stagelopen in de bedrijfstak waarin hij later wil werken. Hij werkt aan zijn kennis en vaardigheden in het zogenoemde uitstroomprofiel dat de school samen met het bedrijfsleven heeft ontwikkeld. In deze laatste fase krijgt de school begeleiding van ‘MEE’ en de ‘Meergroep’ als dit nodig is. Zo bereiden wij de leerlingen voor in de praktijk van vandaag op de baan van morgen.

Wat zijn de mogelijkheden na de bovenbouw?

De leerlingen die gaan werken, worden als het mogelijk is, geplaatst in het vrije bedrijfsleven en voeren assisterende en ondersteunende taken uit in verschillende bedrijfssectoren. Hierbij kunt u denken aan :

  • het autovak: hulpmonteur, autospuiter
  • het horecavak: keukenassistent, kantinewerk
  • het winkelvak: magazijnwerk, winkelverkoop
  • de agrarische sector: werk bij tuinders, hoveniersbedrijven of in plantsoenen
  • de verzorgingssector: zorghulp, horeca-assistent, assistent haarmode
  • de bouw: opperen, timmerwerkzaamheden
  • de industrie: productiemedewerker.

De leerling kan dus aan de slag in zelfstandig werk of met hulp van De Meergroep in een bedrijf geplaatst worden. Ook zijn er schakelmogelijkheden naar een bedrijfsopleiding zoals het SSPB of het volgen van een verdere opleiding op een Regionaal Opleidings Centrum (AKA-opleiding) of een Leerwerktraject.

Schakelen in de bovenbouw

Uitgangspunt:
De leerling Praktijkonderwijs volgt vier jaar onderwijs op het Kennemer Praktijkschool en Lwoo. Als een leerling op zestienjarige leeftijd en vanuit de derde of vierde klas naar een ROC wil, moeten de stagebeoordelingen, de leerresultaten en het gedrag zodanig zijn dat hij met succes het AKA -traject kan volgen. De leerkrachten hanteren hierbij een checklist met criteria, die duidelijk maakt of de leerling klaar is voor een vervolgopleiding. Na het volgen van vier leerjaren kan een leerling samen met zijn ouders, stagedocent en leermeester kiezen of hij nog een jaar extra wil blijven om zo zijn uitgangspositie voor werk of vervolgopleiding te versterken.

Kansgroep

In samenwerking met het Nova College biedt het Kennemer College de leerlingen de mogelijkheid zich aan te melden voor een niveau 1 AKA opleiding. Deze opleiding wordt gegeven op onze locatie en is bedoeld voor leerlingen die al een voldoende niveau hebben maar nog te jong zijn op aangenomen te worden op een ROC. Om in aanmerking te komen voor een plaats moet de leerling in ieder geval stagerijp en 15 jaar zijn. Aanmelding verloopt in samenspraak met de leermeester en teamleider Bovenbouw.

Zorg voor kwaliteit

Door een samenhangend systeem van kwaliteitszorg, inclusief de jaarlijkse enquêtes onder leerlingen, ouders en team, bewaakt de school de resultaten van de doelen die het team zich jaarlijks stelt. Mede in verband met deze doelen verdiepen de medewerkers van de school hun professionaliteit door scholing. De kwaliteit kan worden vastgesteld aan de hand van behaalde resultaten. Het inspectierapport is daarbij een betrouwbare graadmeter.